Begrippenlijst

Agro-forestry: Agroforestry is een landbouwsysteem waarbij bomen en houtige gewassen (meerjarige gewassen) gecombineerd worden met akkerbouw of groenteteelt (eenjarige gewassen) of veeteelt op één perceel. Door deze teelten te combineren kan de weerbaarheid van het hele landbouwsysteem worden verhoogd. Een voorbeeld van Agroforestry in Nederland is de combinatie van fruitbomen (of andere houtige gewassen zoals notenbomen, wilgen of vruchtstruiken), met eenjarige gewassen. De houtige gewassen kunnen worden geteeld op een relatief ruime afstand tussen de rijen. In die ruimte kan bijvoorbeeld graan, kool of aardappels worden geteeld.
Een andere vorm van agroforestry is de combinatie van bomen met vee.

Bodemindicatoren: Een omschreven methode of manier om de boer inzicht te geven in de conditie en kwaliteitsaspecten van de bodem, deze vast te leggen en handvatten te bieden voor verbetering.

Drooglegging: Door landbouwkundige drooglegging van veenweiden, treedt krimp, inklinking en oxidatie van veenbodems op. Hierdoor daalt het maaiveld en komen broeikasgassen vrij. Door klimaatverandering zal dit proces toenemen. De opgave is om de bijdrage die het veenweidegebied levert aan het klimaatprobleem, te verminderen maar ook om het gebied minder kwetsbaar te maken voor de gevolgen van klimaatverandering zoals meer maaivelddaling, wateroverlast en verdroging.

Ecologisch schonen van de sloot: Bij ecologisch slootschonen wordt gebruik gemaakt van slootreinigingsapparatuur (zoals eco-reiniger of maaikorf) waarmee de oever en het bodemprofiel in de sloot niet wordt beschadigd en wordt voorkomen dat nutriënten terugspoelen naar het slootwater door het slootvuil minimaal 2 meter van de slootkant te plaatsen of af te voeren.

Nutriëntenbalans: Het evenwicht van voedingsstoffen in de bodem. (De hoeveelheid voedingsstoffen die planten gebruiken komt weer terug.) Worden er meer voedingsstoffen aan de bodem toegevoegd dan de gewassen kunnen opnemen dan spreken we van een verstoorde nutriëntbalans.

Vernieuwen: Scheuren, doodspuiten of vernietigen en opnieuw inzaaien.

Verplicht: In de voorstellen van Europa voor het nieuwe GLB bestaat de hectarepremie uit een verplicht (conditioneel) en een vrijwillig (eco-regelingen) deel. Voor het verplichte deel – de conditionaliteit – zijn door Europa 10 Goede Landbouw en Milieucondities (GLMC’s) benoemd. De exacte invulling van deze GLMC’s bevat nog veel keuzemogelijkheden voor de lidstaten. Als wij het in deze enquête hebben over verplichte onderdelen (conditionaliteit) of maatregelen, betreft dit onderdelen of maatregelen die je verplicht uit moet voeren als boer of tuinder om in aanmerking te komen voor de basispremie. De hoogte van de basispremie is onder andere afhankelijk van de exacte invulling van de conditionaliteit en eco-regelingen. Ga er bij het invullen van de vragen vanuit dat de vergoeding voor de te nemen maatregelen, kostendekkend is.

Vrijwillig: In de voorstellen van Europa voor het nieuwe GLB bestaat de hectarepremie (uit de eerste pijler van het GLB) uit een verplicht (conditionaliteit) en vrijwillig (eco-regelingen) deel. Als wij het in deze enquete hebben over vrijwillige onderdelen (eco-regelingen) of maatregelen, betreft dit onderdelen of maatregelen die je vrijwillig uit kunt voeren voor een extra vergoeding. Voor de eco-regelingen denkt Nederland op dit moment aan een keuzemenu met maatregelen die een boer of tuinder vrijwillig kan nemen. Dit keuzemenu kan per sector, grondsoort of sector verschillen. Het wel of niet uitvoeren van vrijwillige onderdelen of maatregelen is niet van invloed op het ontvangen van de basispremie. De hoogte van de basispremie en het budget voor de eco-regelingen is onder andere afhankelijk van de exacte invulling van de conditionaliteit en de eco-regelingen. Ga er bij het invullen van de vragen, vanuit dat de vergoeding voor de te nemen maatregelen, kostendekkend is.

Winterbedekking: Dit kan zijn een meerjarige teelt of een winterteelt (bijvoorbeeld wintergraan, winterkoolzaad, winteruien of andere gewassen die voor de winter worden gezaaid of geplant, tijdelijk grasland, groenbemester of vanggewas)

GVE: Stieren, koeien en andere runderen ouder dan twee jaar en paardachtigen ouder dan 2 jaar: 1,0 GVE
Runderen vanaf 6 maanden maar niet ouder dan twee jaar: 0,6 GVE
Runderen jonger dan 6 maanden: 0,4 GVE
Schapen en geiten: 0,15 GVE
Fokzeugen > 50kg: 0,5 GVE
Andere varkens: 0,3 GVE
Legkippen: 0,014 GVE
Ander pluimvee: 0,03 GVE

Ga direct aan de slag!

Je kunt je stem laten horen door de enquête in te vullen. Daarnaast nodigen we je ook graag uit voor onze verdiepingsbijeenkomsten. Er is er altijd wel een in jouw buurt.

Naar bijeenkomsten

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van aankomende bijeenkomsten en het laatste GLB nieuws!

Neem contact met ons op

Heb je vragen? Stuur ons dan een e-mail bericht:

Je gebruikt een verouderde webbrowser

Deze website maakt gebruik van moderne technieken die niet worden ondersteund door jouw webbrowser. Update mijn webbrowser

×